Curriculumontwikkeling #3 – Nele Decroos en Jan Royackers over Tieneronderwijs

11 september 2019

De overgang tussen het basis- en het secundair onderwijs is voor vele jongeren een “bumpy road”. Uit de Onderwijsspiegel van de Vlaamse Onderwijsinspectie 2016 leren we dat het welbevinden van eerstejaars secundair een stevige duik naar beneden maakt. Een curriculum op maat van deze jonge tieners, hoe zou dat eruit zien? 

We hadden het in deze reeks podcasts al over procesgericht curricula ontwerpen met Bert Smits en over straffe lerarenopleidingen met Stijn Dhert. En nu dus over Tieneronderwijs met gepassioneerde experten Nele Decroos en Jan Royackers. 

Nele Decroos werkte lang als beleidsmedewerker voor de Katholieke Secundaire Scholengemeenschap van Leuven (KSLeuven) en pedagogisch begeleider regio Mechelen-Brussel. De overgang van basis naar secundair onderwijs vormt een rode draad in haar onderwijswerk. Jan was als leraar en leerlingbegeleider aan de slag in diezelfde Leuvense Scholengemeenschap. Momenteel begeleidt hij als Schoolmaker scholen bij onderwijsinnovatie die kwaliteit nastreeft. Hoe zijn Nele en Jan bij Tieneronderwijs terechtgekomen?

 Jan: “Toen ik leerlingenbegeleider was zag ik een groot verschil in didactiek tussen basis en secundair. Tussen het basis en het secundair onderwijs zitten maar een paar maanden, terwijl er tussen de verwachtingen in beiden gigantische verschillen liggen. Dus daar is bij mij het bewustzijn ontstaan om heel doordacht om te gaan met die leeftijdscategorie. Toen ik startte bij Schoolmakers kwam de vraag voor de opstart van de Tienerschool mee te begeleiden en van daar is een passie ontstaan voor het thema.”

Nele: “Ik was bezig met de afstemming tussen basis en secundair en erg bezig met de kloof tussen beiden. Toen kwam ik Jan tegen toen hij bezig was met de opstart van Tienerschool Anderlecht. Toen kreeg het kind voor mij een naam en via die weg kreeg ik een beter kader en sinds toen ben ik bezig met Tieneronderwijs.”

Nele: “Tieneronderwijs richt zich op onderwijs met wetenschappelijke achtergrond van die specifieke leeftijdsgroep en waakt over de kloof van basis en secundair. Die ‘tienerhype’, zoals het wel eens genoemd wordt, zou wel eens een kentering in de vorming van ons huidig onderwijssysteem kunnen zijn. We zijn op de goede weg. Die modernisering, dat momentum, laat ons focussen op positieve verhalen en niet verstarren met de gedachte ‘we kunnen niet veel veranderen’.”

 “De overgang van basis naar secundair onderwijs, dat mag je gerust zien als een aardbeving tijdens je verbouwing.”

Over tienernoden, tieneronderwijs en tienerscholen

Tieneronderwijs is hot, ook in Vlaanderen. Maar is het ook meer dan een ‘hype’? Want: tieners hebben toch altijd al bestaan. Waar zit de urgentie nu?

Jan: “Er zijn heel wat ogen opgegaan bij de publicatie van het transbabo-onderzoek[EvO1] waaruit toch wel blijkt dat toch heel veel jongeren effecten voelen van die overgang van lager naar secundair onderwijs, dat wordt ook weerspiegeld in de onderwijs-spiegel van de onderwijsinspectie van 2016, waar we merken dat het welbevinden van jongeren in het eerste jaar secundair toch wel knauw krijgt. Op dit moment zitten we een jaar voor op de modernisering van het onderwijs, waar je wel heel duidelijk merkt dat er rekening gehouden is met bepaalde aandachtspunten voor die specifieke leeftijdsgroep. In het buitenland worden er ook soortgelijke bewegingen gemaakt: middenscholen in Oostenrijk, de Tienercolleges in Nederland,…  En ook de breinwetenschappen zetten hierop in en zoeken uit hoe we zo goed mogelijk deze tieners kunnen omkaderen.”

Voor we verder ingaan op wat goed Tieneronderwijs is, wil ik weten wat het verschil is tussen tieneronderwijs en tienerscholen. Want die twee termen worden weleens door elkaar gebruikt.

Jan: “Tienerscholen zijn een nieuw schooltype, waarbij het derde graad lager onderwijs en de eerste graag secundair samen zitten. Maar je hoeft geen Tienerschool te zijn om kwalitatief Tieneronderwijs aan te bieden natuurlijk. Je kan jongeren in het lager onderwijs goed en bedacht voorbereiden op hun studiekeuze en je kan in de eerste graag ervoor zorgen dat jongeren niet te snel gefilterd worden en hen genoeg laten proeven van de verschillende opties, zodat we weten waarvoor ze kiezen.” 

Mijn gezond verstand zegt mij dat we mogelijk een nieuwe breuklijn creëren, namelijk voor en vooral na het tieneronderwijs, op de leeftijd van 14 jaar dus. Hoe vermijden we zo’n breuklijn?

Nele: “De aandacht in het Tieneronderwijs voor een bewuste en een doordachte studiekeuze en de overname van bepaalde principes van het Tieneronderwijs door de tweede/derde graad van het secundair onderwijs, kunnen de overgang verzachten.”

Wat is een goed ‘tienercurriculum’ en hoe maak je dat waar?

Ik ben nieuwsgierig naar wat Tieneronderwijs zo uniek maakt. Dus leg ik Jan en Nele de volgende vraag voor. Stel: mijn zoon is 14 en heeft state-of-the-art Tieneronderwijs achter de rug. Wat heeft hij geleerd en hoe heeft hij les gekregen?

 Jan: “Het is belangrijk om voor die leeftijd goed af te bakenen: wat is cruciale basiskennis? Welke leerinhouden willen we meegeven en dan alle jongeren daarin tot meesterschap te brengen. De nodige persoonlijke competenties meegeven op het vlak van zelfstandigheid en zelfsturing, zodanig dat ze die ook in de hogere jaren ook in toenemende mate aankunnen. En zorgen dat ze zicht hebben op wat onderwijs betekent in een breder kader. Niet de verschillende vakken los van elkaar zien, maar dat ze hun kennis kunnen gebruiken in onze maatschappij. Onderwijs niet als afgebakend geheel, maar onderwijs om te functioneren in de maatschappij.”

Nele: “Ik denk dat we daar meteen ook de brug leggen naar 21ste-eeuws onderwijs. Om terug naar de essentie van je vraag te komen, ik hoop dat jouw zoon die die competenties heeft die maken dat hij creatief, oplossend, flexibel werkt en ook gemotiveerd is om te werken. En dat hij beseft wat zijn talenten zijn en waar hij minder goed in is. Dat maakt dat goed Tieneronderwijs de goesting om te leren nog meer aanwakkert. Waar ik nu nog vaak zie dat leerlingen dat welbevinden en de goesting in een eerste graad soms verliezen, terwijl ze huppelend uit het basisonderwijs springen.”

Kennis doen werken, met goesting leren, onderzoeken welke competenties en interesses je hebt, ook dat maakt deel uit van uitmuntend tieneronderwijs. Het is een cliché waar ik sterk in geloof: een curriculum is maar zo sterk als diegenen die het waarmaken. Dus wil ik graag weten wat een leerkracht in een Tienerschool te doen staat. En wat van een leerkracht een goede Tienerleerkracht maakt. Jan verwijst naar het boek ‘het tienerbrein’ van Jelle Jolles. Daarin vindt hij een handige checklist met vier steekwoorden die erg belangrijk zijn om tieners goed te omkaderen: sturing, steun, inspiratie en motivatie.

Jan: Sturing is essentieel. Je kan er niet vanuit gaan dat, omdat er tien encyclopedieën liggen en een pc, dat ze automatisch tot leren gaan komen. Ze hebben ook de steun nodig om de ambitieuze doelen, die de school geformuleerd heeft, te kunnen bereiken. Dus de vraag stellen: wat heeft deze leerling nodig om dit doel te kunnen bereiken? En dat kan heel leerling-afhankelijk zijn. Als leerkracht dien je ook een voldoende lang periode in te lassen waardoor je voeling krijgt met elke leerling.” 

“Zeg niet te snel: het zit er niet in, maar wel: hoe krijgen we het erin?”

Ervaring is ook belangrijk. Jongeren vinden het fijn om aan ontdekkend leren te doen, maar soms breng je heb zeven stappen verder door hen in contact te brengen met rolmodellen. Motivatie, het feit dat het onderwijs niet altijd op dezelfde, afstompende manier wordt gebracht, maar ook inspeelt op bekrachtiging, ruimte geeft voor feedback, … Dat zijn voor mij de vier belangrijke pijlers voor Tieneronderwijs.”

Nele: “Concreet, in tienerprojecten waar wij aan meewerken, zien we dat leerlingen autonomie krijgen over wat zij leren. Ze schatten zichzelf in: wil ik een deeltje van wiskunde op mezelf verwerken of heb ik een leerkracht nodig? Die sturing komt er wel bij: heb ik mijn planning goed gemaakt? Heb ik mezelf goed ingeschat? Zo werken we enerzijds aan hun competenties en anderzijds aan de kwaliteit en motivatie.”

Een dag op de Tienerschool

Ik wil het graag nog concreter. Dus vraag ik hoe een weekplanning van een Tienerschool er bijvoorbeeld uitziet.

Jan: “Sommige scholen die hiermee aan de slag gaan, breken bijvoorbeeld met het typische lesuur van 50 minuten met 20 leerlingen in de klas. Zo zijn is er wel nog bijvoorbeeld vier uren voor basiskennis Frans, wiskunde en Nederlands, maar worden er ook enkele uren opzijgezet waar leerlingen heel flexibel en gedifferentieerd werken aan eigen opdrachten die hen worden aangereikt, maar waar ze zelf de volgorde/niveau van kiezen.”

Wat met het lerarenteam in tieneronderwijs? Op welke manier zijn zij samen verantwoordelijk voor een bepaalde leerlingengroep?

Nele: “Een typisch element van Tieneronderwijs is gaan voor een kleinere set leerlingen voor die groep. Dus niet een leerkracht voor elk vak die eenmaal per jaar overleggen, een groot contract et het basisonderwijs. Maar leraren die meerdere vakken geven en vakken die aan elkaar worden gekoppeld, waardoor er meer wordt samengewerkt.”

Ik probeer mij in te beelden hoe het moet zijn als je kind school loopt in een Tienerschool, of een school met veel Tieneronderwijs-kenmerken. Hoe geraak ik als ouder wijs uit die weekplanning? Gaat mijn kind wel voldoende bagage mee krijgen? Kan mijn kind dat wel aan, zoveel autonomie of vrijheid? Kortom: wat is er nodig om ouders mee te nemen in dit verhaal?

Jan: “Als je het kadert vanuit wetenschap, vanuit praktijkervaring, vanuit de creativiteit van de leerkrachten, dan vinden ouders dat echt wel een coherent verhaal.”

Nele: “Mijn kinderen lopen ook school in scholen waar veel geëxperimenteerd wordt met het leerproces, maar nooit ondoordacht. Belangrijk is dat scholen weten waarom ze voor een bepaalde visie kiezen. Leraren zijn de professionals die elke dag met de kinderen werken en als zij voelen dat het niet lukt, dan zullen ze aan de alarmbel trekken.”

“Iedereen heeft zijn eigen subjectieve onderwijstheorie want iedereen is meer dan 12 jaar naar school geweest en denkt: ‘die manier is goed, want bij mij heeft dat gewerkt.’ Het is de job van mij en Jan om erover te blijven waken dat scholen nadenken waarom ze iets doen en geen risico’s daarin nemen. Vertrouw dus in de wetenschap en vertrouw de onderwijsprofessionals.”

 Over curriculumontwikkeling als proces

Wat mij tot slot benieuwd, is hoe je in een bestaande school echt state-of-the-art Tieneronderwijs uitbouwt. Hieronder hun vijf gouden tips. 

TIP 1: Start met de Why

Bekijk of er de nood er is om het anders te doen. Zo ja, bestudeer het waarom. Ontwikkel een visie: wie zijn we nu en waar willen we naartoe. Betrek het hele team.

TIP 2: Stel een heterogeen kernteam samen dat zich inwerkt

Zorg voor een divers team: enkele believers en enkele anderen die erover waken dat het DNA van de school bewaart blijft. Zo’n kernteam gaat door de verschillende fases en verdiept zich in verschillende visies, ervaringen en literatuur. Bezoek andere scholen. Breek uit je klas, haal zuurstof en inspiratie buiten de eigen schoolmuren. Zo maak je een model levend en zie je hoe het in de praktijk kan werken.

TIP 3: Denk na over je communicatie

Denk na over wat en naar wie je communiceert. Wie moet wanneer geïnformeerd en betrokken worden? Zet de communicatie uit in een paar milestones. Verhoog vanuit je communicatie de betrokkenheid. 

TIP 4: Laat iedereen zijn eigen tempo

Laat mensen naar die milestones toegroeien. Laat iedereen op eigen tempo en snelheid groeien naar een gemeenschappelijk doel. Laat leerkrachten zaken uittesten in de klas. 

TIP 5: Blijf alert, zoek een kritische vriend en blijf wendbaar in onvoorziene omstandigheden.

Zitten we nog op ons spoor? Is de kwaliteit van het leerproces nog steeds oké? Evalueer en stuur bij. Zorg voor een kritisch klankbord dat ook de kwaliteit van het proces mee bewaakt. En wees je ervan bewust dat niet alles perfect gaat, en dat dat normaal is: mensen die wegvallen, zaken die niet lopen zoals verwacht, ….

Een allerlaatste vraagje: wat stemt Jan en Nele hoopvol als het gaat over Tieneronderwijs?

Nele: “Ik zie de echte curriculummakers de weg opslaan naar open leerdoelen. Bovendien durven steeds meer scholen zich kwetsbaar op te stellen en durven ze keuzes maken. Ik zie meer en meer scholenbegeleidsmakers die zich professionaliseren en daardoor een dergelijk veranderingsproces kunnen dragen.”

Jan: “De vernieuwde energie, de goesting, dat is heel hoopvol. Ik merk dat heel veel scholen aan het bewegen zijn, stappen aan het zetten zijn. Er wordt kritisch naar zichzelf gekeken en pijnpunten worden bekeken.”

“De magie van onderwijs start in de relatie tussen leerling en leerkracht. En die magie creëren we door leerkrachten niet alleen uitvoerders te maken van een bepaalde visie, maar als mede-actor te zien en te waarderen.”

Saskia Vandeputte

Op zoek naar begeleiding bij de (door)start van tieneronderwijs of een tienerschool? Mail Jan Royackers op jan@schoolmakers.be

 

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten, publicaties en verhalen?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Schoolmakers begeleidt leer- en veranderprocessen in scholen, van kleuter- tot volwassenenonderwijs. Wij werken nauw samen met raden van bestuur, directies, leerkrachten, leerlingen, oudercomités, pedagogisch begeleiders, ... Wij leveren maatwerk.

Volg ons op Twitter @Schoolmakers

Zeven principes om de mogelijke impact van het middenkader bij verandering te versterken in je school. Van 'traagheid koesteren' tot 'kwaliteitsvolle relaties'. @Yves_Larock

https://buff.ly/2oLNEC3

Hoe stemmen we onderwijs en de bedrijfswereld beter op elkaar af?
Overtuig @ideaalduaal van je idee. De 25 beste ideeën krijgen coaching van de straffe professionals en maken kans op een inspiratiereis met @imecistart https://buff.ly/35zBhcT

Schoolmakers op Facebook Schoolmakers op Youtube
Schoolmakers CVBA, Dorpsstraat 1, BE-3020 Winksele - info@schoolmakers.be © 2019 Schoolmakers, Alle rechten voorbehouden - Privacy policy

Website door rubenvaes.be