Een nieuwe school voor Vlaanderen en Brussel: de Tienerschool

30 augustus 2018

Op 3 september 2018 openen in Vlaanderen verschillende nieuwe Tienerscholen hun deuren. De naam “Tienerschool” wordt doorgaans toegekend aan een school (of onderdeel van een school) waar 10- tot 14-jarigen les volgen. Schoolmakers moedigt elke vorm van doordachte onderwijsinnovatie aan en begeleidt al 2 jaar verschillende Tienerschoolprojecten achter de schermen.

Wat is juist een Tienerschool?

De naam “Tienerschool” wordt doorgaans gegeven aan een school waar 10- tot 14-jarigen les volgen. In ons huidig onderwijssysteem is dat nieuw. Op dit moment kennen we kleuterscholen (van 3 tot 6 jaar), lagere scholen (van 6 tot 12 jaar) en middelbare scholen (12 tot 18 jaar).

Door de komst van Tienerscholen, hebben we in ons onderwijssysteem niet langer enkel een 2 x 6-systeem (6 jaar lager onderwijs en 6 jaar secundair onderwijs), maar ook een 3 x 4-systeem (4 jaar lager, 4 jaar Tienerschool, 4 jaar secundair onderwijs).

Waarom Tienerscholen?

Die bundeling van de derde graad lager en de eerste graad secundair onderwijs kent verschillende redenen. Elk Tienerschool-project heeft zo zijn eigen motieven om de band tussen lagere school en secundaire school te versterken. We sommen de 4 meest voorkomende op.

Op de eerste plaats merken we dat heel wat Tienerscholen de ambitie hebben om te zorgen voor een zachte overgang van lager naar secundair onderwijs. Die overgang loopt nu voor vele Vlaamse tieners bruusk: ze gaan vaak van 1 naar 10 leraren die allemaal hun eigen verwachtingen hanteren en leerinhouden zijn vaak niet op elkaar aangepast. Bovendien daalt het welbevinden van vele Vlaamse tieners in het eerste jaar secundair onderwijs. Dat lezen we zowel in de Onderwijsspiegel 2016 (Vlaamse Onderwijsinspectie) als in het Transbaso-onderzoek (2018). Dat kan leiden tot schoolmoeheid en voortijdig schoolverlaten.

Door de derde graad lager en de eerste graad secundair te laten samenwerken, zorgen Tienerscholen ervoor dat er geen breuk komt tussen de didactiek en lesinhouden van het lager en het secundair. De manier van lesgeven loopt gewoon door, leerinhouden worden op elkaar afgestemd en vakexperten van het secundair kunnen ook ingeschakeld worden om les te geven in het vijfde en zesde leerjaar om leerlingen te laten wennen.

Op de tweede plaats merk je dat de inrichtende schoolbesturen soms vinden dat een studiekeuze op 12 jaar te vroeg komt. Ze houden leerlingen liever samen in heterogene groepen zoals in de lagere school om de leerlingen een gelijkaardig basispakket aan te bieden met de nodige differentiatie. Een paar uren in de week volgen leerlingen dan lespakketten op maat (verdieping, verbreding, remediëring, basisoptie). Zo kan een leerling van het vijfde leerjaar tot het tweede middelbaar deel uitmaken van eenzelfde klasgroep zonder ingedeeld te worden per studierichting.

Ten derde lees je dat Tienerscholen zich beroepen op sommige hersenwetenschappers, zoals Jelle Jolles, die 10- tot 14-jarigen indelen binnen eenzelfde leeftijdscategorie met eigen noden. Die categorie vormt de brug tussen de kinderleeftijd, waarin kinderen basisvaardigheden aanleren (zoals rekenen, schrijven, evenwicht houden…) en de adolescentie anderzijds, waarin jongeren complexe vaardigheden ontwikkelen zoals het zelf opstellen en beschrijven van experimenten, het analyseren van berichtgeving in de media enzovoort. De jonge tienerleeftijd (10 tot 14 jaar) vormt de brug tussen basisvaardigheid en complexe vaardigheid. Om te komen tot een succesvolle ontplooiing bij deze leeftijdsgroep, raadt Jelle Jolles aan om in te zetten op steun, sturing en inspiratie, en dit in een duidelijk gestructureerde context met betrokken vakexperten en mentoren als begeleiders. Die context kan je onder andere creëren door een Tienerschool in te richten. Het is evenwel niet zo dat de wetenschap aanraadt om een apart schooltype op te richten voor deze leeftijd.

De vierde reden is meer strategisch van aard. Zo merk je dat er campussen zijn met een lagere school en een middenschool waarbij de middenschool veel minder leerlingen aantrekt dan de lagere school. Door de eerste graad secundair intensief te laten samenwerken met de derde graad lager, kan dit ervoor zorgen dat leerlingen en hun ouders sneller de keuze zullen maken om hun kind school te laten lopen in die eerste graad secundair op dezelfde campus.

Zijn er verschillende soorten Tienerscholen in Vlaanderen?

Ja die zijn er zeker. Net zoals voor andere scholen geldt: geen 2 scholen zijn gelijk. De eigenheid van een school wordt bepaald door de visie van waaruit ze vertrekt en de manier waarop die wordt ingevuld en uitgedragen. Daarbij spelen ook de leerlingen en hun achtergrondkenmerken een rol, de mate van ouderbetrokkenheid, het schoolleiderschap, de mate waarin de school haar eigen doeltreffendheid evalueert, de invulling van de leerdoelen…

Grosso modo kan je spreken van 3 categorieën van Tienerscholen. Je hebt scholen die in de eerste graad van het secundair sterk gaan inspelen op wat de leeftijd van 12 tot 14 jaar nodig heeft. Ze vertonen qua opzet grote gelijkenissen met wat een Tienerschool doet, al betrekken ze de derde graad van het lager onderwijs niet. Voorbeelden daarvan zijn onder andere Stroom in Leuven en De Studio in Oostende.

Daarnaast heb je ook lagere scholen en secundaire scholen die expliciet de leerinhouden op elkaar afstemmen en soms leerkrachten bij elkaar les laten geven. De leraar Frans van de eerste graad secundair gaat dan bijvoorbeeld les geven in het vijfde en zesde leerjaar om de leerlingen te laten wennen aan de aanpak. Maar even goed kan de leraar van het zesde leerjaar heel wat leren aan zijn collega’s van het eerste middelbaar op het vlak van didactische veelzijdigheid en het omgaan met grote niveauverschillen tussen leerlingen. Sporadisch kunnen lager en secundair ook samen projecten opzetten. Tienerschool Oostende is hier een voorbeeld van, net als Tienerschool Vox in Lommel.

De derde categorie zijn scholen die echt een eigen leerlijn, didactische aanpak en zelfs schoolinfrastructuur hebben. Het programma is ontworpen volgens de behoeften van de leeftijdsgroep 10 – 14 jaar. De didactiek van de lagere school wordt doorgetrokken naar de eerste graad secundair, en de vakexperten van het secundair geven ook les in de lagere school. Leerlingen blijven in eenzelfde klasgroep gedurende 4 jaar en worden begeleid door hetzelfde team van leerkrachten. De Tienerschool in Anderlecht is hier een voorbeeld van.

Is Vlaanderen de enige regio met Tienerscholen? Zijn er buitenlandse voorbeelden?

De Vlaamse Tienerscholen zijn niet de eerste scholen die de leeftijdscategorie van 10 tot 14-jarigen bundelen.

Zo kennen de Verenigde Staten reeds heel lang het principe van de Middle Schools (voor 10 tot 13 jarigen) en heeft Oostenrijk sinds 2007 de Neue Mittelschule (Nieuwe Middenscholen) In Nederland bestaan er een 6-tal Tienerscholen. Dat aantal wordt overigens verdubbeld, en dit najaar verschijnt een eerste rapport met bevindingen over deze eerste Tienerscholen.

In 2015 publiceerde de Universiteit van Salzburg een eerste rapport over de eerste generatie “Nieuwe Middenscholen” in Oostenrijk. De nieuwe middenschool ontstond vanuit de vaststelling dat in Oostenrijk het onderwijs sterk gesegregeerd was: kinderen van ouders van betere komaf vonden sneller toeleiding naar privéscholen en scholen die de lat inhoudelijker hoog legden. De nieuwe middenschool had als ambitie om hiermee te breken en ontwikkelde een leerprogramma waarin meet differentiatie mogelijk was en leerlingen zelfstandiger leren werken.

In het rapport dat de Nieuwe Middenschool zeer weinig negatieve en vaak neutrale of licht positieve effecten heeft. Sommige scholen bleken te bruusk de overgang naar het concept Nieuwe Middenschool te maken, zonder leerlingen of leraren daar voldoende op voor te bereiden. Daarom ontstond een tweede generatie Middenscholen: de Weense Middenschool. In deze school is meer aandacht voor het aanleren van zelfstandigheid, en krijgt directe instructie terug meer plaats, vooral voor leerlingen die dat nodig blijken te hebben.

Is een Tienerschool sowieso beter?

Neen. Een Tienerschool is niet automatisch een betere school dan een andere school.

Onderwijskwaliteit wordt niet zozeer bepaald door de manier waarop je leerlingen in leeftijdsgroepen samen brengt. De vraag is niet zozeer wàt je doet als school, maar waarom je het doet en wat je ermee wil bereiken. Als dan je doel bereikt blijkt, ben je een performante school.

Als Tienerscholen de ambitie hebben om de overgang van lager naar secundair willen verzachten, zullen we pas weten of dat lukt nadat een eerste generatie leerlingen is afgestudeerd en dat hebben onderzocht en vergeleken met leerlingen in andere scholen. En dan nog hangt heel veel af van de lokale situatie: hoe wordt het leiderschap ingevuld op school, hoe geven de leraren de visie vorm in hun lessen, worden er voldoende ambitieuze doelen gehanteerd? Wordt er ook geëvalueerd of deze doelen worden bereikt, en tijdig bijgestuurd?

Een Tienerschool is één manier om de overgang tussen lager en secundair te verzachten en leerlingen beter voor te bereiden op een studiekeuze voor de tweede graad secundair onderwijs, maar dat kan ook anders. Op de website van het Transbaso-onderzoek vind je hiertoe heel wat tools.

Een valkuil van Tienerschool-projecten is dat ze de kloof tussen het zesde leerjaar en het eerste jaar secundair weg werkt door 2 nieuwe kloven te creëren: een vlak voor de Tienerschool en een vlak erna. Het is belangrijk dat een Tienerschool hier een duidelijk antwoord op biedt en vertrekt vanuit de vaststelling dat élke bruuske overgang – op welke leeftijd dan ook – nefast kan zijn voor jongeren.  Feitelijk hebben jongeren recht op een vloeiende leerlijn van hun 3 jaar tot hun 18 jaar.

Wij beginnen met een Tienerschool. Zijn er aandachtspunten?

 Alles begint bij beleid. Er is geen standaardformule om met een Tienerschool te beginnen, of om het concept in te vullen. Stel je daarom goed de vraag:

“Waarom is de Tienerschool een meerwaarde in onze ogen?”

“Hoe ziet onze Tienerschool eruit?”

“Hoe willen we die opstarten?”.

Stippel daarna een traject uit waarbij je niet alleen beschrijft wat er dient te gebeuren, maar ook wie daarin welke verantwoordelijkheden draagt. Een school in opstart vraagt vooral een duidelijk basiskader dat de nodige vrijheid biedt om te experimenteren.

Er zijn ook wel wat juridische angels om rekening mee te houden. Een te doorgedreven drang om alles te stroomlijnen van het 5e leerjaar tot het 2e jaar secundair kan leiden tot het negeren van belangrijke wetgeving. Zo wordt in het lager onderwijs een maximumfactuur van 85 EUR gehanteerd per schooljaar per leerling. Daar kan je niet voorbij. Op vele plaatsen is het ook niet zomaar mogelijk dat een leerling van het zesde leerjaar automatisch doorstroomt naar het eerste middelbaar op dezelfde campus. Die “campusvoorrang” is niet altijd en overal gegarandeerd en moet binnen het LOP besproken worden.

Zorg voor een meerjarenplan. Een Tienerschool staat er niet vanaf dag één. Gun jezelf als team de nodige voorbereidingstijd waarin je jezelf de volgende vragen stelt:

  • Welke doelen willen we bereiken met onze leerlingen (zowel vakinhoudelijk als op persoonlijk vlak)? Zijn die voldoende ambitieus?
  • Hoe organiseren we deze doelen? Per vak? In projecten? Een mix? Hoe ziet dat er dan uit?
  • Hoe organiseren we de week-en lessenroosters? Doen we aan co-teaching? Zo ja: wanneer en hoe?
  • Hoe organiseren we de lessen? Welke didactiek draagt het best toe tot het bereiken van de doelen die we beogen?
  • Hoe organiseren we de evaluatie? Hoe gaan we om met de resultaten van de leerlingen? Welke conclusies kunnen we er zelf uit trekken?
  • Hoe organiseren we de school? Het secretariaat? Het lerarenoverleg?
  • Hoe controleren we of iedereen consequent volgens de visie handelt?
  • Hoe organiseren we de ouderbetrokkenheid?
  • Hoe zorgen we ervoor dat leraren zichzelf constant kunnen professionaliseren?

Teamwork makes the dream work. Doe dit niet alleen. Er zijn heel wat partners die maar wat graag mee nadenken over innovatieve onderwijsprojecten. Stel een kernteam samen om alles te concretiseren, en betrek hierbij leraren, directeurs, pedagogische begeleiders, lerarenopleiders, ondersteuners… Een groep die lekker flexibel is en de vrijheid krijgt om snelheid te maken, mits terugkoppeling.

Mensen rond een tafel zetten leidt niet automatisch tot goede resultaten. Zorg ervoor dat alle partners duidelijk weten wat ze van elkaar mogen verwachten, en in alle eerlijkheid ook wat niet. Evalueer regelmatig de samenwerking en stuur bij waar nodig.

Gun jezelf regelmatig een bezoek aan een inspirerende school in binnen-of buitenland, ga gesprekken aan met mensen die er iets van weten, lees je te pletter in onderzoek, schuim Youtube af op zoek naar inspiratie… Je hoeft het warm water niet uit te vinden.

Jan Royackers

jan@schoolmakers.be

Liever luisteren? Hier hoor je Jan aan het woord over tienerscholen op Radio 1. Vanaf 00:40:10.

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten, publicaties en verhalen?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Schoolmakers begeleidt leer- en veranderprocessen in scholen, van kleuter- tot volwassenenonderwijs. Wij werken nauw samen met raden van bestuur, directies, leerkrachten, leerlingen, oudercomités, pedagogisch begeleiders, ... Wij leveren maatwerk.

Volg ons op Twitter @Schoolmakers

Vakinhoudelijk #meesterschap gaat over passionele kennis van je vak. De goesting om in de diepte van je vakken te blijven duiken. Hoe graag zie je je vak nog? #Vakinhoudelijk meesterschap bestaat uit drie kernelementen. Lees meer: https://t.co/sARMPrle0t

Ons Schoolmakers-differentiatiekompas in @klasse_be. 3 simpele vragen helpen je met manieren om vaker te #differentiëren. https://t.co/sLZ2RN6u3D

Schoolmakers op Facebook Schoolmakers op Youtube
Schoolmakers CVBA, Dorpsstraat 1, BE-3020 Winksele - info@schoolmakers.be © 2018 Schoolmakers, Alle rechten voorbehouden - Privacy policy

Website door rubenvaes.be