20 tips om les te geven aan grote groepen studenten

20 november 2018

Vorig week gaf ik op Thomas More in Turnhout een workshop ‘lesgeven aan grote groepen’ aan docenten van diverse hogeschoolopleidingen. Denk aan een groot leslokaal of een aula met 40 tot 600 studenten.*

Het was een fijne en leerrijke avond die was opgebouwd rond deze drie uitdagingen:

  1. Studenten betrokken krijgen én houden.
  2. Lesgeven met leereffect.
  3. De boel managen, met name geluidsvolume, tijd, ruimte, energie én verwachtingen.

Hoe groter de groep waaraan je lesgeeft, hoe groter de kans dat ‘lesgeven’ begint te gelijken op ‘lezingen geven’.  Toch is er een wezenlijk verschil. Pedro De Bruyckere verwoordt het zo: een lezing is een sprint, lesgeven is de marathon. Te veel sprints na elkaar, daar raken zowel jij als jouw studenten uitgeput van. Rake metafoor.

In de ideale wereld is lesgeven aan grote groepen the best of both. Dan combineer je de kunsten van een begenadigd spreker met de competenties van een uitstekende lesgever.

Les geven draait om mensen tot leren brengen. Dat betekent o.a. studenten engageren. Hieronder lees je 20 tips voor effectieve, activerende didactiek. Werkvormen, tools en trucs die je kan inzetten in een krap begroot leslokaal of aula. En jawel: oefening baart kunst!

  1. Laat studenten actief leerstof herhalen, hoe kort ook. Retrieval practice heeft intussen zijn nut bewezen. Haal informatie uit het lange termijngeheugen van je studenten, eerder dan zelf de geziene inhoud zelf opnieuw te verwoorden. Een kwestie van eerst tijd investeren, om dan tijd te winnen. Concreet? Verklein de interactiegroep (tip 2), werk met vragen of laat je studenten een samenvatting of examenvragen formuleren (tip 4).
  2. Verklein regelmatig de interactiegroep. Mensen praten veel vlotter per twee of per vier dan voor een volle zaal. Met een heldere, beknopte instructie maak je zo’n zoemsessie of roezemoesgroep efficiënt. Geef ook denktijd. Niet alleen kleuters zijn daarmee gebaat.
  3. Ga stevig staan. Klinkt zweverig, evident of overbodig? Niet met tientallen priemende ogen op jou gericht. Maak contact met de grond, adem even diep in en uit, zorg ervoor dat je fysiek en mentaal in je kracht staat. Innerlijk aarden geeft je energie die je daarna naar buiten kan richten.
  4. GSM’s in de les? Graag, als het gericht is. Laat je studenten in het midden van je les per twee of drie een (tussentijdse) samenvatting sms-en, en op het einde een goede examenvraag. Geïnspireerd op deze blog van Pedro De Brucykere.
  5. Maak je presentatie volgens de regels van de kunst. Structureer je hoorcollege met een krachtige inleiding, een helder kernbetoog en een samenvattend slot. Verbeter stap voor stap.
  6. Ondersteun studenten bij het nemen van nota’s. Trek de aandacht naar wat belangrijk is en bied structuur. Zorg voor een goede kadans en hou het tempo in je verhaal. Daag studenten uit om feedback te geven op elkaars nota’s. Mind the map is een aanrader.
  7. Ooit gehoord van een praatstok of beurtgooibal? Een catchbox is de hippe variant. Een micro om mee te gooien! Op verschillende hogescholen en universiteiten kan je er intussen één uitlenen.
  8. Maak contact, zelfs als de setting daar niet toe uitnodigt. Bouw een band op, hoe summier ook. Bewust kijken naar wie de aula binnenkomt, namen kennen, oogcontact maken, iets wezenlijk over jezelf vertellen, rondlopen om fysiek nabij te zijn. Alle kleine beetjes helpen.
  9. Werk met exit tickets, one minute papers of varianten om zelfreflectie te stimuleren.
  10. Richt de blik van jouw studenten naar de toekomst. Feed-up dus. Formuleer in één volzin de bestemming van je opleidingsonderdeel. Waar landen jouw studenten als ze geslaagd zijn voor jouw opleidingsonderdeel? Vraag aan je studenten om zich in te schalen van 0 tot 10. 0 betekent: ik kom zonder bagage (voorkennis) binnen, 10 betekent: ik beheers de doelen van dit vak (= elders verworven competenties).
  11. Maak gebruik van Student Response Systems om voorkennis te activeren, reflectie te stimuleren of in te spelen op misconcepties en kennislacunes. Plickers kunnen dienen als alternatief voor e-tools zoals Mentimeter, Kahoot, Polleverywhere, Socrative,… waar je studenten zelf hun toestel voor moeten bovenhalen
  12. Zet een coöperatieve werkvorm in waar je weinig (tot geen) ruimte voor nodig hebt. Bijvoorbeeld denken-delen-uitwisselen of bekend-benieuwd-bewaard.
  13. Zorg voor een visuele rode draad. Een cloufoto noemde iemand het. Dat is een beeld (één slide) waar je heel je verhaal aan ophangt en telkens terugkeert. Met Thinglink breng je zo’n beeld tot leven.
  14. Quizvraag: wat heeft iedereen altijd bij? Zichzelf. Ga dus old school en werk met handopsteking. Of correcter: vingeropsteking.  Prima tool voor meerkeuzevragen. Aan jou de keuze of/wie je eruit pikt: de student die juist, fout of niet antwoordt. Zeeslag kan ook: student op rij F plaats 13 antwoordt op een open vraag.
  15. Stel goeie vragen. Een goeie vraag is een vraag die werkt. Met een grote groep kunnen meerkeuzevragen effectief en efficiënt zijn. Met handige software (iemand?) zijn deze confidence-weighted vragen de moeite waard om uit te proberen.
  16. Zorg ervoor dat studenten voorbereid naar de les komen. Hanteer het flipping the classroom principe zorgvuldig.
  17. Doe de hink-stap-sprong. Intussen is deze wijsheid meer dan 20 jaar oud: If we talk six minutes less, students learn more. (Ruhl, Hughes & Schloss, 1987**)
  18. Benut je lokaal optimaal. Er kan meer dan je denkt.
  19. Als denkend wandelen geen optie is, laat studenten dan even rechtstaan. Ga rechtop staan als… (en dan zijn de mogelijkheden oneindig). Daar heb je dan wel weer goed klasmanagement voor nodig.
  20. Denk op voorhand na over deze drie vragen om het (inter)actief werken met een grote groep te managen:
    1. Hoe geef ik duidelijk aan wat ik verwacht van studenten?
    2. Hoe krijg ik studenten stil na (inter)actief werken?
    3. Hoe geef ik duidelijk de beschikbare tijd aan?

Nog twee gedachten:

  1. Zelfkennis en humor helpen enorm om trouw te blijven aan jezelf, te relativeren (ook naar studenten toe) en met professioneel plezier uit te proberen.
  2. In een grote ruimte kan je met een grote groep enorm veel doen. Zoals altijd, komt het neer op de vraag welke doelen je wilt bereiken. Coöperatief aan de slag? Probeer eens de jigsaw methode. Cocreatief aan de slag? Hier vind je inspiratie.

Met speciale dank aan de deelnemers van de workshop op Thomas More campus Turnhout.

Twee rijke bronnen:


Fijn om te zien hoe deze blog begon te leven. Ik deel graag deze suggesties van collega’s:

  • Aanvullend bij tip 6: Kristel Vanhoyweghen (leraar wiskunde en lerarenopleider) leert haar studenten in een laptopvrije les in de aula samenvatten via de Cornell-methode. Na afloop bezorgt ze hen een worked example, een stap-voor-stap demonstratie van hoe je een Cornell-samenvatting maakt.
  • Collega Stijn Dhert nodigt uit om te onderzoeken of het mogelijk is om als teach team aan de slag te gaan. Het is een mogelijkheid die vaak al te snel over het hoofd gezien wordt, maar die met enig organisatievermogen wel te realiseren is, zeker in het hoger onderwijs. Liever met twee voor 80 dan alleen voor 40…

Benieuwd naar jouw tips! Deel ze via Saskia@schoolmakers.be

Saskia Vandeputte

Interesse voor een adviesgesprek, lezing of workshop over dit thema? Contacteer ons op info@schoolmakers.be

* Geleerd in de workshop: het loont de moeite om scherp te stellen wat een ‘grote groep’ is. Een aantal van onderstaande tips zijn wél haalbaar met enkele tientallen studenten, maar minder of niet met honderden studenten in een aula.

** Ruhl, K. L., Hughes, C. A., & Schloss, P. J. (1987). Using the Pause Procedure to Enhance Lecture Recall. Teacher Education and Special Education, 10(1), 14-18.

Deze blog verscheen ook op de website van Leren Differentiëren, een e-course voor leraren secundair onderwijs die zich willen verdiepen in differentiatie.

 

Wil je op de hoogte blijven van onze activiteiten, publicaties en verhalen?

Schrijf je in op onze nieuwsbrief