Leerlingen staken. Wat zegt dit over ons onderwijssysteem? 

22 januari 2026

Vandaag maken Vlaamse leerlingen hun ongenoegen duidelijk door te staken. De laatste keer dat ik zoiets nog zag, was in 1996, toen ik zelf in het eerste middelbaar zat en de emmer overliep omwille van de zaak Dutroux. Voor mij is de kernvraag niet of leerlingen nu wel of niet mogen staken. Het is opvallend dat jongeren vandaag het voortouw nemen in het uiten van ongenoegen dat volwassenen blijkbaar niet krijgen gekanaliseerd, laat staan dat de onderliggende problemen opgelost geraken. Een leerlingenstaking is net als in 1996 geen losstaand fenomeen, maar een signaal dat spanningen in ons onderwijsveld (en zelfs onze maatschappij) opstapelen en onvoldoende worden verwerkt. 

Een paar zaken vallen me op. Ten eerste: ja, er zijn problemen en het is goed dat er beleid is om die aan te pakken. De dalende internationale prestaties van onze leerlingen en het belang aan meer rust op school worden breed onderschreven in het veld. 

Maar ten tweede: de analyse van die problemen en de beleidsmaatregelen lijken vaak onvolledig en te beperkt in bronnen en perspectieven om ermee om te gaan. Problemen lijken veelal gedetecteerd aan de hand van internationaal kwantitatief onderzoek, inspiratie wordt in de Angelsaksische wereld gezocht. Dat schuurt. Waar zijn de concrete maatregelen die gericht zijn op het terugdringen van lokale problemen zoals het aantal voortijdige schoolverlaters (13,2% ondertussen) en thuiszitters, de mentale onrust bij onze jongeren, etnisch-culturele spanningen en polarisatie op scholen, de professionalisering van de secundaire processen op scholen (algemene schoolontwikkeling, versterking van beleidsvoerend vermogen en directies, lerarentekort, HR-beleid, financieel beleid…)? Slechts een beperkte groep actoren lijkt rond de tafel te zitten bij beleidsvorming én middelenverdeling, en dat leidt tot een gebrek aan gedragenheid. 

Ten derde: het beleid neemt een plaats in die niet gebruikelijk is in ons Vlaamse en zelfs Belgische onderwijs. Het zet zelf stevig wat sturing op het primaire proces van onderwijs: wat er in de klas gebeurt. Doelen worden héél concreet gemaakt, er komen richtlijnen voor de toe te passen didactiek die erbij dient te horen. Daarmee komt ze op terrein waarvan anderen dachten dat het hen toekwam en daardoor ontstaat merkbaar wederzijdse irritatie. Persberichten met nieuwe maatregelen lijken klaar te staan om de onrust over de vorige maatregel te overklassen in de media. Ook daardoor cumuleert het ongenoegen. 

En ten vierde, er ontbreekt een breed gedragen, samen met alle stakeholders ontwikkelde routekaart. Daardoor voelt het beleid nu fragmentarisch en alsof er elk moment weer iets nieuws op scholen kan neerdalen én dat je, in de perceptie van wel wat spelers extra controle krijgt wanneer je een kritische stem laat horen, wat onrust creëert. Complexe onderwijsproblemen los je niet zomaar contextloos op met enkele gerichte maatregelen. Iedereen dient voldoende doordrongen te zijn van noodzaak en waarde van die maatregelen. 

Voor mij draait het vandaag dan ook niet om de leerlingenstaking of de doorzichtige politieke recuperatie. Wel om rust en vertrouwen waarvan onze scholieren aangeven: dat voelen we niet. Als we willen dat die rust en dat vertrouwen er in het klaslokaal zijn, hebben we dat met alle spelers in het onderwijs ook tot stand te brengen. Een gemeenschappelijke ambitie en trots trekken aan en stoten niet langer af.

auteur: Jan Royackers, Schoolmakers

Maak kennis met ons werk

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze inzichten, activiteiten, publicaties en (open) aanbod!

Je kan ons werk ook ontdekken via sociale media