
Werk maken van het welbevinden van directeurs
Bij onze ondersteuning van de organisatieontwikkeling in scholen merken we dat het welbevinden van veel schoolleiders onder druk staat – niet in het minst in ons basisonderwijs. In dat verband blijft de bijna twintig jaar oude studie Directeurs Basisonderwijs: welbevinden en functioneren (*) uitermate interessant. Het grondige onderzoek uit 2006 van Prof. Geert Devos, Prof. Nadine Engels en Prof. Antonia Aelterman bracht niet alleen de uitdagingen van schooldirecteurs in kaart, maar toonde vooral de weg naar een betere toekomst voor onze schoolleiders. Jammer genoeg is die betere toekomst nog niet helemaal bereikt en loont het de moeite om nog eens in te zoomen op de resultaten van het onderzoek.

Een positieve kijk op schoolleiderschap
Wat dit onderzoek sowieso waardevol maakt, is de evenwichtige benadering. Ja, directeurs kampen met uitdagingen – van administratieve overbelasting tot complexe wetgeving – maar de studie toont vooral hoe schoolleiders het verschil maken. Directeurs slagen erin om boven de dagelijkse rompslomp uit te stijgen en zich te richten op wat echt telt: hun mensen en de pedagogische missie van hun school.
Het onderzoek bevestigt wat velen aanvoelen: directeurs die zich richten op peoplemanagement en pedagogisch leiderschap creëren niet alleen een betere schoolcultuur, maar voelen zich ook zelf meer vervuld in hun rol. Het is een win-win situatie die de basis legt voor excellentie in het onderwijs.
Factoren die het functioneren en welbevinden van directeurs beïnvloeden
Het eerste deel van het rapport van het onderzoek brengt op een heldere manier in beeld welke factoren invloed uitoefenen op het functioneren en het welbevinden van directeurs.

.
Zeven concrete aanbevelingen voor de toekomst
Het tweede deel van de studie formuleert zeven krachtige aanbevelingen die de basis kunnen vormen voor een sterke positieve evolutie in ons onderwijsveld. Laten we ze één voor één bekijken, want ze zijn nog even actueel als twintig jaar geleden
1. Op naar duidelijkere aanwervings- en evaluatiecriteria
Aanbeveling: Schoolbesturen moeten bij de selectie van directeurs de focus leggen op leidinggevende vaardigheden en pedagogische competenties, niet op administratieve perfectie.
Het rapport pleit voor een einde aan het superman/wonderwoman-denken waarbij directeurs in alles excellent zouden moeten zijn. In plaats daarvan toont het onderzoek aan dat de meest succesvolle schoolleiders uitblinken in peoplemanagement, communicatie en pedagogisch leiderschap. Deze competenties – niet het perfect beheersen van administratie – maken het verschil tussen een ‘regelgerichte directeur’ die vastloopt in procedures en een ‘effectieve schoolleider’ die zijn team inspireert. Door selectiecriteria hierop af te stemmen, krijgen we directeurs die echt kunnen leiden in plaats van alleen maar beheren. Inspiratie voor zulke selectiecriteria vind je op schoolleiderschap.be en in ons boek Meesterlijke schoolleiderschap. Inspiratie voor impact in onderwijs.
2. En wie zorgt voor de administratie en financiën?
Aanbeveling: Professionele ondersteuning op het niveau van scholengemeenschappen moet directeurs ontlasten van gespecialiseerde taken zoals juridisch advies, boekhouding en ICT-beheer.
Het rapport erkent dat administratie, financiën en wetgeving cruciaal zijn voor het functioneren van een school, maar toont aan dat directeurs hier niet de experts in hoeven te zijn. Door gespecialiseerde ondersteuningsdiensten op te zetten kunnen directeurs zich concentreren op hun kerncompetenties. Deze professionalisering moet wel ten dienste staan van de scholen, met behoud van voldoende autonomie voor de individuele directeurs, om te voorkomen dat er nieuwe bureaucratische lagen ontstaan.
3. Opleiding directeur: geen overbodige luxe
Aanbeveling: Een verplichte, hoogwaardige opleiding vòòr aanstelling, gecombineerd met doorlopende ‘in service‘ vormingen, is essentieel voor kwaliteitsvol schoolleiderschap.
“Een goede leerkracht is ook een goede directeur” – dit misverstand kost het onderwijs veel te veel, steltde studie. Dit is een inzicht dat ondertussen wel verankerd is in het gros van schoolbesturen. Directeurschap vereist specifieke competenties op het vlak van visieontwikkeling, leidinggeven en peoplemanagement die niet automatisch voortvloeien uit onderwijservaring. Een masteropleiding met een sterke praktijkcomponent kan aspirant-directeurs niet alleen de nodige vaardigheden bijbrengen, maar ook helpen ontdekken of zij wel geschikt zijn voor deze complexe rol. Gecombineerd met doorlopende professionalisering zorgt dit voor een generatie schoolleiders die voorbereid zijn op hun missie.
4. Loon naar werken
Aanbeveling: De verloning van directeurs moet in verhouding staan tot hun verantwoordelijkheden en de vereiste extra kwalificatie.
Het is een simpele rekensom: als we meer eisen stellen aan directeurs door een bijkomende kwalificatie te vereisen, dan moet daar ook een betere verloning tegenover staan. Het onderzoek toont aan dat de huidige verloning niet in verhouding staat tot de complexiteit en zwaarte van de functie. Een opwaardering van het loon is niet alleen rechtvaardig, maar ook strategisch noodzakelijk om voldoende gekwalificeerde kandidaten aan te trekken. Want wie kiest er voor extra scholing en verantwoordelijkheid zonder passende beloning?
5. Waar op letten bij de selectie?
Aanbeveling: Schoolbesturen moeten bij selectie vooral letten op prestatiegerichtheid, doelmatigheidsbeleving en onderwijskundige expertise, naast de generieke leiderschapscompetenties.
Het rapport identificeert duidelijke persoonlijkheidskenmerken die succesvolle directeurs onderscheiden: zij zijn sterk prestatiegericht, hebben vertrouwen in hun eigen kunnen en stellen hoge eisen aan zichzelf. Deze directeurs inspireren hun teams door hun voorbeeldgedrag en geloofwaardigheid. Tegelijk is onderwijskundige expertise onmisbaar – niet alleen voor geloofwaardigheid bij het team, maar ook voor het ontwikkelen van een hedendaagse, gefundeerde onderwijsvisie. Selectie moet dus verder kijken dan CV’s en referenties, en deze diepere competenties in kaart brengen.

6. Rol van overheid en inspectie
Aanbeveling: Verdere deregulering, professionalisering van ondersteuning en een meer faciliterende in plaats van controlerende opstelling van overheidsdiensten.
Het rapport roept de overheid op om haar succesvolle professionaliseringsstrategie door te zetten naar lokaal niveau. Door gespecialiseerde ondersteuning op te bouwen, kunnen veel frustraties weggenomen worden. Tegelijk pleit het voor minder plannen en papierwerk, meer aandacht voor wat er werkelijk gebeurt in scholen. De inspectie kan haar kwaliteitsbewaking rol behouden maar moet bevoogding vermijden en zich meer richten op het echte beleid van scholen in plaats van op administratieve compliance. Op dat punt heeft de inspectie een transformatie ten goede gerealiseerd.
7. Rol van scholengemeenschap en schoolbestuur
Aanbeveling: Professionalisering van schoolbesturen, betere afstemming tussen scholengemeenschappen en schoolbesturen, en behoud van voldoende autonomie voor individuele scholen.
Schoolbesturen hebben een cruciale impact op het welbevinden van directeurs, maar niet alle besturen zijn momenteel toegerust voor deze verantwoordelijkheid. Vormingsmogelijkheden voor schoolbesturen zijn daarom essentieel. De studie suggereert ook om schoolbesturen en scholengemeenschappen meer te laten samenvallen waar dit geografisch haalbaar is, voor meer coherentie in beleid. Cruciaal blijft wel dat scholengemeenschappen ten dienste staan van hun scholen en voldoende autonomie respecteren, want centralisatie zonder meerwaarde leidt alleen maar tot meer frustratie.
Conclusie
Concluderen doen we met een alinea uit de inleiding van de studie.
Schooldirecties hebben een belangrijke impact op de kwaliteit van het onderwijs dat een school aanbiedt. Hun functioneren beïnvloedt de schoolcultuur en het welbevinden van leerkrachten en zo – indirect – de prestaties en het welbevinden van leerlingen. Hoe een directeur functioneert, kun je niet loskoppelen van zijn of haar eigen welbevinden. De waardering die directeurs krijgen en de tevredenheid die ze ervaren in hun job hebben belangrijke gevolgen voor de kwaliteit van hun werk. Aan de slag gaan met de aanbevelingen uit dit onderzoek is een investering voor de toekomst van ons onderwijs.
Aarzel niet om contact op te nemen met een vraag naar ondersteuning van directeurs, directieteams, scholengemeenschappen en/of schoolbesturen.
(*) Devos, G., Engels, N., & Aelterman, A. (2006). Directeurs basisonderwijs: welbevinden en functioneren. Onderwijskundig onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming (OBPWO 03.06). Vlerick Leuven Gent Management School, Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent.
Het tot stand komen van deze blog werd gefaciliteerd door perplexity.ai.
Maak kennis met ons werk
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze inzichten, activiteiten, publicaties en (open) aanbod!
Je kan ons werk ook ontdekken via sociale media




